Punnett vierkante rekenmachine
Punnett vierkante rekenmachine zet het aantal dominante allelen (0–2) van twee ouders om in genotypekansen en een dominant-fenotypepercentage.
Waarom een kruising geen populatiefrequentie is
Leerlingen plakken 3:1 op een stamboom én op een landelijke screening. Het Punnett-vierkant van Aa × Aa geeft 25 / 50 / 25 en 75% dominant fenotype. Hardy–Weinberg met p=0,6 geeft andere verhoudingen. Deze pagina isoleert één paar ouders. Nederlandse HAVO/VWO-biologie begint hier: gameten ½ en ½, vier vakken, geen linkage, geen polygeen risico.
Ouderwaarden buiten 0, 1, 2 zijn in dit model geen extra ‘dominantie’: 1 is de heterozygoot. AA × AA (2 en 2) is 100% AA. aa × aa is 100% aa. De canonieke 1×1 is het examenanker dat de motor moet raken. Fenotype 75% veronderstelt complete dominantie. Bloedgroepen, incomplete dominantie en letale allelen horen in de tekst, niet stiekem in pDom.
Een gezin van vier is een steekproef van vier Bernoulli-trekkingen, geen wet. Wie 75% als ‘drie kinderen met bruine ogen’ verkoopt, heeft kans met telling verwisseld. Houd 25, 50, 25, 75 als de theoretische golden, en de steekproefvariantie in de discussie.
Voordat je begint
Bepaal per ouder hoeveel dominante allelen: 0, 1 of 2. Canonieke p1=1, p2=1. Je leest P(AA) %, P(Aa) %, P(aa) % en P(dominant phenotype) %. Som van de drie genotypes moet 100 zijn.
Noteer het locus en of A werkelijk dominant is. Voor co-dominantie rapporteer je alleen de drie genotypevelden.
Veelvoorkomende gebruiksscenario’s
- Canonieke Aa × Aa → 25/50/25/75
- AA × aa (2 en 0) als F1-les
- aa × aa als controle dat paa=100
- Uitleg kans versus nestgrootte
- Brug naar HW-populatie op dezelfde lesdag
- Dominantie-disclaimer bij onvolledige A
Hoe deze rekenmachine te gebruiken
- Vul Parent 1 dominant alleles (0–2) in.
- Vul Parent 2 dominant alleles (0–2) in.
- Lees de vier percentages.
Stap-voor-stap uitleg
Mila tekent Aa × Aa op het bord en vult 1 en 1 in.
Ingevulde waarden: p1=1, p2=1
Resultaat: pAA=25, pAa=50, paa=25, pDom=75.
Sanity-check: 25+50+25=100. 75=25+50. 33/33/33 is geen Mendel.
Takeaway: Mila noteert Aa×Aa, 25/50/25/75, complete dominantie aangenomen.
Formule en methode
Gametenkans op A is 0, 0,5 of 1 bij 0, 1 of 2 dominante allelen. P(AA)=a·b, P(aa)=(1−a)(1−b), P(Aa)=rest, pDom=1−P(aa); alles ×100.
Elke invoer begrijpen
Parent 1 dominant alleles (0–2) — 1.
Parent 2 dominant alleles (0–2) — 1.
P(AA) % — 25. P(Aa) % — 50. P(aa) % — 25. P(dominant phenotype) % — 75.
Aannames
Onafhankelijke gameten, één locus, geen mutatie, complete dominantie voor pDom.
Veelgemaakte fouten met Punnett vierkante rekenmachine
- 75% als garantie in een gezin van vier.
- HW-p=0,6 als ouderwaarde.
- X-linked als autosomaal 0–2.
Uitgewerkte voorbeelden
-
p1=1, p2=1 → 25, 50, 25, 75. Canonieke check.
-
Zelfde 3:1-fenotype gelezen als 75:25 dominant:recessief.
-
Zelfde 1 en 1; niet 2 en 2. Terug tot de golden vier.
Het interpreteren van uw resultaten
| Veld | Waar je op let |
|---|---|
| P(AA) % | 25 bij Aa×Aa |
| P(Aa) % | 50 |
| P(aa) % | 25 |
| P(dominant phenotype) % | 75 bij complete dominantie |
Als de som ≠100 is de invoer geen 0/1/2-logica meer.
Resultaten vastleggen en delen
Oudergenotypes, de vier percentages, locus, of dominantie compleet was.
Op de Nederlandse HAVO/VWO-tafel is Aa × Aa het icoon: 25% AA, 50% Aa, 25% aa, 75% dominant als A compleet is. Een gezin van vier is geen wet: binomial variantie mag 2:1:1 zijn. X-linked, bloedgroepen en letale allelen horen niet in pDom. HW p=0,6 is een populatie, geen ouder=1. 0, 1, 2 zijn de enige zinnige invoer voor één autosomaal locus hier: 2 is AA, 0 is aa. AA × aa (2 en 0) geeft 100% Aa en 100% dominant fenotype — de F1-les. aa × aa geeft paa=100. Som AA+Aa+aa=100 is de sanity. Incomplete dominantie: rapporteer 25/50/25 en laat 75 weg of zeg dat pDom niet geldt. Polygeen risico (lengte, diabetes) is geen Punnett. Noteer locus, complete dominantie ja/nee, 1 en 1, 25/50/25/75. Teken het vierkant ernaast. Geen medisch advies. GC% en primer-Tm zijn sequentie, geen allelen. Hemocytometer telt cellen, geen A/a. Houd 25, 50, 25, 75 als de enige golden bij p1=1, p2=1.
In de klas helpt het om gameten hardop te noemen: ouder 1 met één A levert ½ A en ½ a; twee heterozygoten geven vier even waarschijnlijke combinaties. Dat is de 25-50-25, niet een ‘gemiddeld kind’. Wie p1=1,5 invult, heeft het model verlaten. Blijf bij gehele 0, 1, 2. Documenteer het kenmerk (erwt, vacht, oefenlocus) zodat 75% niet als universele wet de schoolkrant in gaat. Tweede locus: andere pagina, of twee Punnett-runs plus onafhankelijkheid — de motor doet één locus. Imprinting en mitochondriën zitten er niet in. Stamboomkansen met conditionele informatie (al een getroffen kind) zijn Bayes, niet dit vierkant. Houd de testdag saai en juist: 1, 1, 25, 50, 25, 75.
Praktische tips
- Teken het vierkant ernaast voor leerlingen.
- Ga daarna naar populatie: Hardy–Weinberg.
- Geen klinisch advies voor multifactoriële ziekten.
- Blijf bij gehele 0, 1, 2 in de les.
Rekenen in de praktijk
Aa × Aa is het anker van de HAVO-les: ouder 1 = 1 dominant allel, ouder 2 = 1. De vier vakken geven 25% AA, 50% Aa, 25% aa. Bij complete dominantie is het dominante fenotype 75%. Die vier getallen — 25, 50, 25, 75 — zijn golden. Een nest van vier kittens is geen wet: elke zygote is een nieuwe trekking. Wie “drie van de vier kinderen hebben bruine ogen” als garantie verkoopt, heeft kans met telling verwisseld.
AA × aa (2 en 0) geeft 100% Aa in F1. aa × aa geeft 100% aa. 2 en 2 geeft 100% AA. Waarden buiten 0, 1, 2 zijn in dit model geen extra dominantie. Co-dominantie maakt pDom misleidend; rapporteer dan alleen de drie genotypevelden. Geslachtschromosomen zitten er niet in. Twee loci en recombinatie zitten er niet in. Imprinting zit er niet in.
Hardy–Weinberg met p = 0,6 is een populatie, geen ouderwaarde 1. Plak 0,6 niet in Parent 1. De brug tussen de pagina’s is didactisch: eerst één kruising, dan een populatie in evenwicht. GC% van een sequentie is geen Punnett. Primer-Tm is geen Punnett. Celtellingen zijn geen allelen.
Noteer het locus, of A werkelijk compleet dominant is, en de vier golden percentages als motorcheck. Een klas in Zwolle die 1 en 2 invult (Aa × AA) moet 50% AA en 50% Aa zien, geen 25/50/25. Lever die run als extra, niet als vervanging van 1×1.
Medische kansberekening voor een erfelijk risico hoort bij een klinisch geneticus, niet bij vier vakken in de browser. Deze pagina is Mendel voor de les.
Wat er misgaat in het verslag
Een leerling in Tilburg tekent vier vakken, ziet 3:1, en schrijft “in dit gezin hebben drie kinderen bruine ogen”. De motor geeft 25, 50, 25 en 75. 75% is de kans per kind bij complete dominantie, geen telling van een nest. Vier Bernoulli-trekkingen kunnen 2:2 of 4:0 zijn. De verslagzin is: theoretische kans 75% dominant fenotype, steekproef n = 4 niet getoond.
Ouderwaarden 1 en 1 zijn Aa × Aa. 2 en 0 is AA × aa en 100% Aa. Wie 2 als “twee ouders” leest, heeft het veld gemist: het is allelen per ouder, 0 tot 2. Bloedgroepen AB0 zijn niet deze A. Incomplete dominantie maakt 75% misleidend; lever dan alleen de drie genotypepercentages.
p = 0,6 in Hardy–Weinberg is geen Parent 1. GC% is geen Punnett. Primer-Tm is geen Punnett. Medische kans op een zeldzame ziekte hoort niet in vier vakken zonder penetrantie, leeftijd en populatiefrequentie.
Checklist: p1=1, p2=1, 25/50/25/75, locusnaam, complete dominantie ja of nee, en dat een gezin geen populatie is. Extra run 1×2 als F1-terugkruising. Golden blijft 1×1.
X-linked daltonisme is geen 0–2 autosomale diploidie. Letale allelen verschuiven de 25/50/25. Zeg het in de tekst. De motor blijft Mendel zonder die extra’s.
Beperkingen en wanneer niet te gebruiken
Geen twee loci, geen recombinatie, geen imprinting. Geen medische kansberekening.
Wanneer moet u een ander hulpmiddel zoeken?
- Populatie p en q: Hardy–Weinberg.
- GC% van een sequentie: DNA-GC.
- Primer-Tm: primer-Tm.
- Celtellingen in plaats van allelen: hemocytometer.