Cellevensvatbaarheid en cytotoxiciteitscalculator
Cellevensvatbaarheid en cytotoxiciteitscalculator deelt live en dead door hun som tot twee complementaire percentages.
Waarom 90% viability geen MTT is
Trypan blauw: membraan kapot, cel telt als dead. 180 live en 20 dead is 90% viability en 10% cytotoxicity in deze definitie. Een MTT-plaat die 90% signaal t.o.v. controle geeft, meet mitochondriën, niet per se 180/20. Wie beide 90 noemt in één zin, mengt assays. Nederlandse celkweek-SOPs willen vaak >90% trypan vóór een experiment; 180/20 is precies die drempel. 170/30 is 85% — onder veel SOPs.
De som 200 is de noemer. Als dode cellen lyseer verdwijnen, blijft viability kunstmatig hoog. Fixatie, freeze-thaw en overgroei verstoren 180/20. De motor is onnozel: twee positieve tellingen.
Cytotoxicity 10% hier is niet GI50 van een cytostaticum. Een drug-assay heeft onbehandelde controles en dosisreeksen. Deze pagina is één putje, één telling.
Voordat je begint
Tel live en dead in hetzelfde kamerveld of dezelfde poort. Canonieke 180 en 20. Lees 90 en 10. Hemocytometer-concentratie is een andere pagina; hier alleen de verhouding.
Veelvoorkomende gebruiksscenario’s
- Canonieke 90 / 10
- SOP-drempel 90%
- Contrast trypan versus MTT
- Na hemocytometer-telling splitsen
- Voor MOI: alleen live als target
- Les complement 100%
Hoe deze rekenmachine te gebruiken
- Vul Live cells in.
- Vul Dead cells in.
- Lees Viability (%) en Cytotoxicity (%).
Stap-voor-stap uitleg
Yara telt 180 versus 20 na trypan.
Resultaat: viability 90, cytotoxicity 10.
Sanity-check: 90+10=100. 80/20 zou 80/20 zijn. 90 live en 10 dead als percentages in de velden geeft 90/10 toevallig, maar is de verkeerde eenheid als je 90 cellen bedoelde.
Takeaway: Yara schrijft 180, 20, 90%, 10%, trypan, tijdstip.
Formule en methode
viability = live/(live+dead)×100
cytotoxicity = dead/(live+dead)×100
Elke invoer begrijpen
live — 180. dead — 20. viability — 90. cytotoxicity — 10.
Aannames
Twee klassen, geen debris-klasse, noemer>0.
Veelgemaakte fouten met Cellevensvatbaarheid en cytotoxiciteitscalculator
- 90 en 10 als cellen i.p.v. 180/20.
- MTT 90% = trypan 90%.
- Doden na lyse negeren.
Uitgewerkte voorbeelden
-
180, 20 → 90, 10. Canonieke check.
-
Zelfde som 200.
-
Zelfde 180/20; niet 18/2 zonder te zeggen dat het ×10 is. Terug tot 90 / 10.
Het interpreteren van uw resultaten
| Veld | Waar je op let |
|---|---|
| Viability (%) | 90 anker |
| Cytotoxicity (%) | 10, complement |
<70% trypan: cultuur in de problemen, niet alleen ‘10% drug-effect’.
Resultaten vastleggen en delen
Live, dead, 90, 10, methode, passage, tijd na behandeling.
Honderdtachtig live, twintig dead: 90% trypan-viability, 10% dead-fractie. MTT 90% is metabolisme, geen 180/20. SOP >90% vóór experiment: 180/20 is de drempel, 170/30 is 85%. Lyse van doden tilt viability. 90 en 10 als cellen i.p.v. 180/20 is de verkeerde eenheid. Flow 7-AAD is een andere poort. Complement 90+10=100. MOI op live. Td op live-dichtheid. Geen IC50-fit. Noteer 180, 20, 90, 10, trypan, tijd, lijn. Totaal 0 is delen door nul. Clonogenic survival is kolonies, geen trypan. Annexin-V split apoptose/necrose ontbreekt. Houd 90 en 10 bij 180 / 20.
Overgroei en freeze-thaw maken 20 dead een onderschatting of overschatting. Fixatie vóór tellen verandert trypan. Dubbele telling (twee kwadranten live/dead) is beter; de motor ziet één paar. Drug-assay: onbehandelde controle 180/20, behandeld een tweede run, niet 10% als GI50. Serumgebrek doodt langzaam; 24 h Td-meting met 85% viability vertekent N. Documenteer medium en passage. Houd de testdag 180, 20, 90, 10.
Praktische tips
- Tel >100 cellen; 200 is netjes.
- MOI op live.
- Verdubbelingstijd op live-dichtheid.
- Geen IC50-fit.
Rekenen in de praktijk
180 live en 20 dead: viability = 180 / 200 × 100 = 90%, cytotoxicity = 10%. Golden: 90 en 10. Apoptose versus necrose splitst deze pagina niet. Clonogenic survival is een andere assay: kolonies, geen trypan.
Een kolf van 50% live is een andere run. 0 dead is 100% viability; deel niet door 0 live+dead. Mix van 180/20 is het anker. Wie 180 en 20 als percentages invult, heeft telling en percentage verwisseld.
Hemocytometer geeft de dichtheid; deze pagina geeft de fractie. MOI op een zieke kolf met 90% live is niet dezelfde als op 100% live. OD van een tetrazolium-assay is geen 90% zonder ijkgrafiek.
Noteer live, dead, 90, 10, de kleurstof, en of debris is meegenomen. Brug naar hemocytometer voor cellen/mL, verdubbeling voor groei, MOI voor virus.
Een cytotoxiciteitsclaim voor een stof hoort in een protocol met replica’s, niet in één 180/20-telling. 90% is een lesgetal.
Wat er misgaat in het verslag
180 live, 20 dead: 90% viability, 10% cytotoxicity. Wie 180 en 20 als percentages invult, heeft 200% totaal en onzin. Tellingen in, percentages uit. 0+0 deelt door nul. Apoptose/necrose splitst trypan niet. Kolonies in een clonogenic assay zijn geen 90%.
Een stofclaim “10% cytotoxisch” uit één telling is geen paper. Replica’s, blanco, mediumcontrole. 90/10 is de testdag. Hemocytometer geeft /mL naast de fractie. MOI op 90% live cellen is lager infecteerbaar oppervlak dan op 100%.
OD MTT zonder ijkgrafiek is geen 90%. Beer–Lambert is absorptie. Deze pagina is tellingen.
Checklist: 180, 20, 90, 10, kleurstof, debris ja of nee, replica’s in de tekst. Extra run 50/50 als contrast. Golden blijft 90 en 10.
Dode cellen tellen mee in de noemer. Wie alleen live telt en 180/180 = 100% schrijft, heeft de 20 weggemoffeld.
Werkcollege in Nederland
180 live en 20 dead is 90 en 10. De klas moet dat hardop delen: 180/200 en 20/200. Daarna een toxische stof: 100 live en 100 dead is 50/50, geen golden. Replica twee en drie horen in de tabel. Blanco medium zonder stof hoort in de tabel. Clonogenic kolonies zijn week 2, niet trypan van vandaag. Apoptose Annexin is een andere kleuring.
Hemocytometer ernaast geeft /mL. MOI ernaast gebruikt live N als jij infecteerbare cellen bedoelt. MTT-OD zonder ijklijn is geen 90 procent. 0+0 is verboden. 180 als percentage invullen is verboden. Verslag: telling, kleurstof, 90, 10, replica’s, debris. Golden blijft 90 en 10.
Een student die dode cellen “niet ziet” en 180/180 = 100 procent schrijft, heeft de noemer gesnoeid. De 20 cellen waren er wel. Foto van het veld in de bijlage helpt de nakijker. Cytotoxiciteit 10 procent is geen IC50. IC50 vraagt een dosisreeks. Deze pagina is één tellingspaar.
In de vriezer ligt een kolf met 40 procent live na ontdooien. Dat is een andere run. Passagenummer en vriesbatch in de notule. 90 procent is de testdag van een gezonde kolf, geen belofte na freeze-thaw. Koppel Td alleen als de kolf exponentieel groeit, niet als de helft dood is.
Fouten die de nakijker altijd ziet
90 en 10 moeten samen 100 zijn. 85 en 10 is een telgat. 90 en 20 is 110 procent en een rode vlag. Live plus dead is de noemer. Replica’s in drie rijen, geen gemiddelde zonder spreiding. IC50 is een curve, geen 10 procent uit één fles. Freeze-thaw 40 procent live is een andere dag. Foto van het veld. Kleurstofnaam. Debris. Golden 180/20/90/10 vóór de stofreeks. MTT zonder ijklijn wordt geweigerd als “viability”. MOI op 90 procent live moet N_live noemen. Td op een halfdode kolf is geen 28800 s-les.
Een tweede nakijkpunt: cytotoxiciteit 10 procent is 20/200, niet 20/180. Wie door live deelt, overschat de dode fractie. De definitie hier is dead/(live+dead). Schrijf die breuk. Anders is 10 procent een andere 10 procent dan de motor.
Beperkingen en wanneer niet te gebruiken
Geen apoptose/necrose-split, geen clonogenic survival.
Wanneer moet u een ander hulpmiddel zoeken?
- Dichtheid: hemocytometer.
- Groei: verdubbeling.
- Virus: MOI.
- OD: Beer–Lambert.